Stooktips
Bij het verbranden van hout in een haard of kachel gaat het vooral om een goede en totale verbranding van de brandstof te verkrijgen. Schoon en 'door en door' droog hout of houtbriketten zijn een eerste vereiste. Vochtig hout genereert veel lagere temperaturen dan droog hout en dat heeft een verbrandingsproces tot gevolg, waarbij andere bestanddelen dan gassen (soms verontreinigende zoals roet en teer) door de schoorsteen verdwijnen. Dit vanwege de onvolledige verbranding. Schoon hout betekent: geen sloophout met verfresten, hout met conserveringsmiddelen of geïmpregneerd hout. Stook ook geen andere zaken dan hout in uw kachel, want die is daar absoluut niet voor bedoeld. Er is maar één allesbrander, en dat is de vuilverbrandingsinstallatie van de overheid. Luchttoevoer en rookgasafvoer moeten optimaal zijn.
Goede brandstof
Hout voor uw haard of kachel moet minstens twee jaar, liefst gekloofd, op een droge en winderige plek hebben gelegen. Het vochtgehalte daalt dan tot onder de 20%. Ook zaagsel-parrafine briketten zijn een uitstekende brandstof. Een goed brandend vuur herkent u aan kleurloze of witte rook. Aanmaken doet u bij voorkeur met aanmaakhoutjes.
Stook niet bij mist of weinig wind
Bij mist of windstil weer is het moeilijk voldoende trek in uw schoorsteen te krijgen. Dat is niet alleen slecht voor de verbranding. De rook en rooklucht blijven dan ook in en om uw huis hangen. Dat is slecht voor uw eigen gezondheid, slecht voor de gezondheid van uw buren en slecht voor het milieu.
Laat vuur rustig uitgaan
Indien u het vuur wilt doven, omdat u wilt gaan slapen of iets anders doen, laat het vuur dan uit zichzelf uitgaan. Laat bij een open haard de schoorsteenklep helemaal open staan. Plaats eventueel een vonkenscherm of sluit de haard of kachel zodat er geen vonken kunnen wegspringen. Blijf goed ventileren.
|